Bij het werk van Henk Visch.
Voor velen is Henk Visch geen onbekende. De tentoonstellingen van deze bescheiden Nederlandse kunstenaar (Eindhoven 1950) verrassen steeds weer het verwende kunstpubliek, zoals op de ‘Dokumenta” 1992 en recentelijk “Sonsbeek 2001” de grote internationale buitensculptuur tentoonstelling in Arnhem (Nederland). Het Sprengelmuseum in Hannover toonde in 1999 een keuze van zijn tekeningen. Een grote wandtekening van een landschap begeleidde hier de toeschouwer op zijn tocht langs een honderdtal tekeningen, waarin met snelle penseel getrokken, messcherp maar vol tederheid, kleine scènes uit het alledaagse leven (weliswaar van een andere civilisatie) de toeschouwer alsof het de normaalste zaak is, buitensluiten; alsof het gezien worden eigenlijk niet de bedoeling is en de wezens die het bevolken dit onaangenaam is. Jazeker, men stuit op veel tegenspraak bij het werk van deze kunstenaar, die op zijn website www.henkvisch.nl verklaart, niet meer zichzelf te zijn … Zoiets kan natuurlijk alleen een kunstenaar beweren, die van zelfreflectie zijn beroep gemaakt heeft.
Als de kunstenaar niet meer zichzelf is, dan zijn de werken die hij maakt ook niet van hem: van wie dan wel? Zij zijn van niemand. Jawel, zij zijn te koop (en niet te duur) bij onder andere de Producenten Galerie Hamburg of in Amsterdam bij galerie van Ferdinand van Dieten of in Tokyo, bij Wako Works of Art, maar waar zij zich ook bevinden, hun van niemand-zijn-achtigheid, hun
nergens-zijn-achtigheid is de meest in het oog springende eigenschap. Zij zwerven verder van tentoonstelling naar tentoonstelling …
Hun oorsprong is een onwetendheid. Sommige beelden lijken hiermee de kijker te willen charmeren en hullen zich in een pose, andere tonen ongegeneerd hun niet-samenvallen met de wereld. Het lijkt alsof de kunstenaar probeert ons iets uit te leggen. Maar het wordt niet duidelijk wat. Dit schaadt zijn kunst echter geenszins. In het misverstand leeft de communicatie opperbest. Alleen in de kunst kan men vol bij zinnen zeggen, zoals de kunstenaar doet (als hij zijn beeldengroep “De Onbeweeglijken” (zie foto) titels meegeeft), “brandende bloem, dansende meter, roepend been, lachende steen”.
De tentoonstelling in het Kunstverein Bremerhafen toont een verscheidenheid aan sculpturen naar aard en jaar van ontstaan en lijkt een uitnodiging om zich te laten verwarren door beelden, die bezig waren het geheugen te verlaten…
Een multiple in de vorm van een in zeefdruk uitgevoerd tekeningen- boekje, begeleidt deze tentoonstelling.
I. Baas
Eindhoven
Henk Visch is no stranger to many. The exhibitions of this modest Dutch artist (Eindhoven, 1950) consistently surprise the discerning art-loving public, as seen at “Documenta” in 1992 and, more recently, at “Sonsbeek 2001,” the major international outdoor sculpture exhibition in Arnhem (Netherlands). The Sprengel Museum in Hanover exhibited a selection of his drawings in 1999. A large wall drawing of a landscape guided the viewer on a journey through some one hundred drawings, in which small scenes from everyday life (albeit from a different civilization), rendered with swift brushstrokes, razor-sharp yet full of tenderness, exclude the viewer as if it were the most natural thing in the world; as if being seen were not actually the intention and the creatures inhabiting it found this unpleasant. Indeed, one encounters much contradiction in the work of this artist, who states on his website www.henkvisch.nl that he is no longer himself… Of course, only an artist who has made self-reflection his profession could claim such a thing.
If the artist is no longer himself, then the works he creates are not his either: whose are they, then? They belong to no one. Indeed, they are for sale (and not too expensive) at, among others, the Producenten Galerie in Hamburg, or in Amsterdam at Ferdinand van Dieten’s gallery, or in Tokyo at Wako Works of Art, but wherever they may be, their sense of belonging to no one, their sense of belonging nowhere, is their most striking characteristic. They continue to wander from exhibition to exhibition …
Their origin is a state of ignorance. Some sculptures seem to want to charm the viewer with this and strike a pose, while others unabashedly display their lack of alignment with the world. It seems as though the artist is trying to explain something to us. But it remains unclear what. This, however, in no way detracts from his art. Communication thrives in misunderstanding. Only in art can one speak in full sentences, as the artist does (when he titles his sculpture group “The Immobiles” (see photo)), “burning flower, dancing meter, calling leg, laughing stone.”
The exhibition at the Kunstverein Bremerhaven presents a variety of sculptures differing in nature and year of creation and seems an invitation to let oneself be bewildered by images that were in the process of fading from memory…
A multiple in the form of a sketchbook produced as a silkscreen print accompanies this exhibition.